Leercurve

Oogbesturing voor iedereen

Het expertisecentrum wil oogbesturing voor meer mensen in meer verschillende situaties mogelijk maken en staat voor een nieuwe benadering van het gebruik van oogbesturing. In deze benadering zijn drie uitgangspunten van belang:

  1. Oogbesturing kan met iedereen uitgeprobeerd worden, ongeacht het huidige cognitieve of motorische niveau.
  2. Oogbesturing hoeft niet per se voor communicatie ingezet te worden, het eerste doel is het vangen van de blik.
  3. De mogelijkheid bestaat dat mensen zonder interactiemogelijkheden zich niet of beperkt ontwikkelen, terwijl daarvoor wel cognitief potentieel is. De nieuwe mogelijkheid tot interactie kan een trigger zijn voor de ontwikkeling op andere vlakken.

Interactief snoezelen: een interactie met de wereld

Een geheel nieuwe doelgroep wordt bereikt met de methode “interactief snoezelen”. Waar de gebruiker bij regulier snoezelen de sensorische ervaringen passief ondergaat, maakt interactief snoezelen het mogelijk de snoezelomgeving zelf te beïnvloeden met behulp van de ogen. Speciale toepassingen vertalen oogbewegingen naar audiovisuele effecten op het scherm. Dit geeft personen met een zeer laag ontwikkelingsniveau de unieke mogelijkheid een interactie te hebben met hun omgeving.

Interactieve projecties: een interactie met anderen

Kinderen zonder bewegingsbeperkingen kunnen interactief snoezelen met een interactieve (vloer)projectie die reageert op bewegingen. Het oogbesturingssysteem kan met deze projectie gecombineerd worden, zodat het mogelijk wordt interactief met elkaar te spelen.

Leercurve: van snoezelen naar communiceren

Voor sommige gebruikers kan “interactief snoezelen” bovendien de eerste stap zijn van een communicatieve leercurve.

Voorheen waren er drie randvoorwaarden om te kunnen werken met oogbesturing:

  1. De gebruiker moest een aantoonbaar begrip hebben van oorzaak en gevolg.
  2. De gebruiker moest in staat zijn te categoriseren.
  3. De gebruiker moest (cognitief) in staat zijn het systeem te kalibreren.

Alleen als deze randvoorwaarden tijdens een passing konden worden vastgesteld, kon een oogbesturingssysteem voor de gebruiker worden aangevraagd. De communicatiesoftware op deze systemen vereiste immers dat de gebruiker bewuste keuzes kon maken om wensen en gedachtes te formuleren. Bij de eerste stappen van het leren communiceren konden deze systemen niet helpen.

Het leercurve-concept benadert oogbesturing op een geheel nieuwe manier. Speciale toepassingen maken het mogelijk het systeem te gebruiken zonder eerst te moeten kalibreren. Het systeem wordt voor de gebruiker geplaatst en oogbewegingen worden direct geregistreerd. Hierdoor kan oogbesturing op verschillende niveaus worden toegepast:

Interactief snoezelen: Waar de gebruiker bij regulier snoezelen de sensorische ervaringen passief ondergaat, maakt interactief snoezelen het mogelijk de snoezelomgeving zelf te beïnvloeden met behulp van de ogen. Speciale toepassingen vertalen oogbewegingen naar audiovisuele effecten op het scherm. Dit geeft personen met een zeer laag ontwikkelingsniveau de unieke mogelijkheid een interactie te hebben met de omgeving en te leren dat er iets gebeurt wanneer zij kijken naar het scherm.

Vroege conversatie: Wanneer de gebruiker een (bewuste of onbewuste) interactie heeft met het systeem, kan het systeem gebruikt worden om vast te stellen waarnaar de gebruiker kijkt. Door nu een video, familiefoto of andere afbeelding op het scherm te tonen en de ogen van het kind op het scherm te volgen, kan een gericht gesprek met het kind gevoerd worden. Het kind leert zo dat er gereageerd wordt op hetgeen waarnaar hij of zij kijkt en kan bovendien leren het gesprek te beïnvloeden.

Actie-reactie-activiteiten: Is de gebruiker zich bewust van het effect van zijn of haar oogbewegingen, dan kunnen activiteiten ingezet worden die om een bewustere actie van de gebruiker vragen. Met behulp van eenvoudige applicaties kan de gebruiker bijvoorbeeld bloemen wegvegen, tekenen of piano spelen met de ogen. In alle gevallen resulteren oogbewegingen direct in effecten op het scherm, zodat duidelijk het effect van een oogbeweging kan worden waargenomen. De gebruiker wordt aangemoedigd de ogen actief over het scherm te bewegen en leert zo spelenderwijs om te gaan met de computer. Met schakelaars wordt dit soort beginnende communicatieactiviteiten al lange tijd ingezet, met oogbesturing was dat tot nu toe nog niet mogelijk. Nu dit wel mogelijk is geworden, gaat oogbesturing nog veel verder, omdat uiteindelijk veel meer acties mogelijk zijn.

Communiceren: Er zijn verschillende spelletjes en communicatiekaarten beschikbaar die specifiek bedoeld zijn voor het oefenen van de verschillende aspecten van communicatie. Met behulp van communicatiekaarten in verschillende niveaus vergroot het kind zijn of haar woordenschat en taalbegrip. Er zijn kaarten in de vorm van situatieplaten, spellen gebaseerd op die situatieplaten, symboolgebaseerde kaarten met oplopend aantal vakken en diepgang, en kaarten voor vroege en gevorderde niveaus van geletterdheid.

Pc-bediening: Met de groeiende communicatievaardigheden zullen sommige kinderen ook steeds beter met de computer leren omgaan en uiteindelijk zelfs leren communiceren via internet.

Dankzij deze nieuwe benadering kunnen kinderen met behulp van oogbesturing dezelfde leercurve volgen die normaalgesproken door baby’s, peuters en kleuters wordt doorgemaakt wanneer zij leren communiceren.

EyeFX en Look to Learn zijn softwarepakketten die bestaan uit een reeks activiteiten waarbij oogbewegingen vertaald worden naar audiovisuele effecten op het scherm. De activiteiten zijn ingedeeld in verschillende niveaus. Via deze niveaus leren gebruikers stap-voor-stap de benodigde vaardigheden voor het omgaan met oogbesturing. Meer informatie over deze softwarepakketten vindt u op www.rdgkompagne.nl.